Voorbij het eigen gelijk
 
 
Achtergrond

Nieuwe tweederde meerderheid voor Orbán in Hongarije?

Fidesz stevent af op nieuwe overwining

Vandaag zijn de Hongaarse verkiezingen. Dat zijn niet zomaar verkiezingen. Vier jaar geleden haalde Viktor Orbán een tweederde meerderheid met zijn Fidesz-partij, met 54 procent van de stemmen. Nadat hij die macht heeft gebruikt om onder andere de Grondwet en de kieswet te veranderen, is het nu de vraag: kan Orbán zijn tweederde meerderheid behouden?

De verkiezingen gaan maar over één thema: Orbán of niet Orbán. De afgelopen vier jaar heeft de ooit liberale maar nu conservatieve katholiek Orbán een onuitwisbaar stempel op Hongarije gedrukt. Zijn ingrepen op de persvrijheid leidden tot commotie in het Europees Parlement, maar zijn grotendeels blijven bestaan. Hij voerde een nieuwe Grondwet in, zonder enige consultatie van de oppositie, die een en al zijn eigen conservatieve gedachtegoed ademt. Hij heeft het kiesstelsel veranderd, wat onmiskenbaar in het voordeel is van de regerende Fidesz-partij. De laatste jaren is Orbán met zijn partij vooral bezig met symboliek: alles moet nationaal en Hongaars zijn, tot de genationaliseerde tabakswinkels aan toe. Zijn laatste hobby is het oprichten van instituten om ‘Hongaarsheid‘ en zijn eigen gedachtegoed te promoten.

Peilingen

De oppositie in Hongarije is verdeeld. Aan de rechterflank is er Jobbik, een ouderwets rechts-extremistische partij die niet terugdeinst voor openlijke uitingen van antisemitisme, homo- en zigeunerhaat. De populariteit van Jobbik lijkt te stijgen, er wordt gerekend op 15-20 procent van de stemmen. Aan de linkerkant werken nu 5 groeperingen samen om Orbán ten val te brengen: de sociaal-democraten (vroegere communisten), twee afsplitsingen daarvan, een afsplitsing van de groene partij en een nieuwe liberale partij. Deze samenwerking, geleid door Attila Mesterházy, wordt op ergens tussen de 21 en 30 procent gepeild. Naast deze partijen lijkt de groene partij LMP net de kiesdrempel van 5 procent te halen.

Orbán zelf stevent af op ergens tussen de 45 en 51 procent. In het ingewikkelde – en aangepaste – Hongaarse kiesstelsel betekent dat hij net wel of net niet een tweederde meerderheid haalt. De vraag is natuurlijk waarom hij zo populair is. Op de eerste plaats is hij een charismatisch politicus is, die alle retorica-trucs kent en bovendien geholpen wordt door de staatsmedia en een groot deel van de commerciële media. Hij heeft ook de afgelopen jaren ook gewoon een aantal dingen goed gedaan. Hij heeft zich kritisch opgesteld richting de EU en zo het beeld gecreëerd dat hij wél voor Hongarije opkomt,in tegenstelling tot alle anderen. De economie heeft het onder zijn leiding redelijk goed gedaan, althans voor veel middengroepen. Een lage inflatie, een efficiëntere overheid en een stabiele forint zijn het gevolg. Maar het allerbelangrijkste is dat hij op precies de juiste manier het sentiment onder Hongaren aanspreekt dat de Hongaren een soort uitverkoren volk is en dat hij de enige is die de Hongaren kan redden. Voortdurende referenties naar geschiedenis, naar de schande van het verdrag van Trianon, dat scoort goed bij de veelal nationalistische Hongaren. Hij weet alle tegenstanders als communisten weg te zetten die Hongarije aan het buitenland willen verpatsen.

Hongaarse kieslijst

Oppositie niet veel soeps

Er is veel corruptie en nepotisme bij de Fidesz-partij. Een côterie van Orbán-vriendjes bevolkt nu de gerechtshoven en de leiding van nationale instituten, bedrijven met banden met de regering krijgen alle opdrachten en meer van dat soort trucs tieren welig. Het probleem voor de oppositie is dat de socialisten ook verre van schone handen hebben. Een hoge sociaal-democraat is recentelijk nog opgepakt met verduisterd geld en voormalig premier Gyurcsány staat gewoon weer op de verenigde ‘veranderingslijst’; een premier die in het verleden betrokken was bij verschillende schandalen. En net zoals Orbán vooral alles doet om aan de macht te blijven, heeft die verenigde oppositie geen inhoudelijk aantrekkelijk programma dat mensen verleidt om op hen te stemmen.

Apathie

Veel Hongaren zijn ondertussen apathisch geworden en apolitiek. De verwachting is dat de opkomst erg laag zal zijn, rond de 70 procent. Lood om oud ijzer denken veel Hongaren. De mobilisatie van kiezers zal dan ook de beslissende factor zijn vandaag. Weet de oppositie genoeg mensen op de been te krijgen, dan kunnen ze Orbán van een tweederde meerderheid afhouden. De Fidesz heeft wel de loyalere achterban. Die willen nog vier jaar Orbánisme. ‘Csak Fidesz’ is de campagneslogan van Orbán. Dat is te vertalen als ‘Fidesz is alles wat je nodig hebt’ en dat is precies wat een groot gedeelte van de bevolking vindt. Het zal erom spannen hoeveel jonge, stedelijke kiezers de oppositie weet te bereiken. Lukt dat, dan kan er zich nog een verrassing aandienen .

Gezien de manier waarop Orbán de afgelopen jaren is omgegaan met zijn macht, belooft een goed resultaat voor Fidesz niet veel goeds voor Hongarije. Ja, Hongarije is nog steeds een democratisch land, het is geen Noord-Korea. De verkiezingen zijn verre van fair, maar zullen technisch gesproken eerlijk verlopen, Met wederom een tweederde meerderheid van Fidesz dreigt Hongarije echter wel degelijk verder af te glijden naar een verminkte democratie, een één partij-staat, die de ideologie van de winnende partij boven het welzijn van de Hongaarse burgers plaatst.

   
 
 
Toon / Verberg Reacties  
 
Sinds september 2017 moet je ingelogd zijn op Facebook om hieronder meer dan de standaard aantal reacties te laden.
Het gaat hier helaas om een verandering die Facebook zelf heeft doorgevoerd.
Maar je kunt ook reageren via Disqus.
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.