Weten & Tech

Uit de loopgraven van het klimaat

01-12-2009 14:00

Toen in augustus 1914 de toch wat benauwde Duitse keizer Wilhelm II zijn kanselier Paul von Hindenburg verzocht om de voorbereidingen voor de Eerste Wereldoorlog maar te stoppen kreeg hij te horen dat dat niet meer kon: de treinen reden al. Hetzelfde geldt momenteel voor de klimaatdiscussie. Zowel wetenschap als politiek hebben zich gecommitteerd, en de discussie deugt onderhand van geen kant meer.
Het onderliggende probleem is dat een ‘klimatoloog’ eigenlijk niet bestaat. Centra voor klimaatstudies maken gebruik van statistici, biologen, soms zelf econometristen en vele andere smaken wetenschappers. Elk van die mensen mag zichzelf als klimatoloog presenteren; het is tenslotte geen beschermd beroep. Maar iedereen mag dus ook schermen met het prestige dat zo’n titel oproept.
Dat is de val waar de wetenschap al een tijdje geleden is ingevallen. Mensen die voorheen obscure randonderzoekjes uitvoerden van negen tot vijf, gebogen over te oude tafels met niet-arboconforme apparatuur en slechts gadegeslagen door twee a drie collega’s, vinden zichzelf ineens terug in commissies, internationale panels en de tafel van Pauw & Witteman.
En als een thema publiek wordt, gaat de politiek zich er vanzelf tegenaan bemoeien – dat is tenslotte haar taak. Het resultaat is een fatale omarming van politiek en wetenschap waar geen van beide zich uit kan terugtrekken zonder fatale imagoschade. Het beeld zoals dat uit de gelekte e-mails van de East Anglia Climate Research Unit opdoemt is dan ook niet alleen gemotiveerd door zelotisme, maar uit de praktische behoefte om de eigen tent te redden. Want als iets duidelijk is, is dat het failliet van de klimaathysterie vooral het failliet van de klimaatwetenschap gaat betekenen.
Maar hetzelfde geldt voor de klimaatsceptici. Want waar de hysterici iets te gretig zijn meegesurfd op politieke golven die ze niet konden beheersen, hebben veel sceptici zich even gretig gecomitteerd aan obscure populistische schreeuwbewegingen. Nederlands meest vocale scepticus Hans Labohm is een mooi voorbeeld. Zelfs als je sympathiek tegenover ‘s mans standpunten staat is het lastig om iemand serieus te nemen die bijna uitsluitend op rare zionistische weblogjes en in obsessieve ellenlange posts op zijn eigen blog gelijk loopt te hebben. En Labohm is zeker niet de enige in het sceptische kamp die aan dat euvel lijdt.
Zoals ook minister Jacqueline Cramer al heeft aangegeven op haar geheel eigen charmante manier, is de tijd van argumenteren allang voorbij. Besluiten worden genomen, maatregelen ingevoerd. Het wetenschappelijke establishment zit vast aan conclusies die te keihard zijn getrokken met behulp van inadequate methoden en onvoldoende bewijsmateriaal – maar ook de tegenstanders hebben zich in een hoek gemanoevreerd waarvandaan geen ontsnappen meer mogelijk is. En het valt te betwijfelen of de beslissingsmakers de komende tijd de moed zullen hebben om ooit uit te loopgraven te klimmen. Want aan de overkant wacht een machinegeweer.

Toen in augustus 1914 de toch wat benauwde Duitse keizer Wilhelm II zijn kanselier Paul von Hindenburg verzocht om de voorbereidingen voor de Eerste Wereldoorlog maar te stoppen kreeg hij te horen dat dat niet meer kon: de treinen reden al. Hetzelfde geldt momenteel voor de klimaatdiscussie. Zowel wetenschap als politiek hebben zich gecommitteerd en het debat deugt onderhand van geen kant meer.

Een onderliggend probleem is dat een ‘klimatoloog’ eigenlijk niet bestaat. Centra voor klimaatstudies maken gebruik van meteorologen, statistici, biologen, soms zelf econometristen en vele andere smaken wetenschappers. Elk van die mensen mag zichzelf als klimatoloog presenteren; het is tenslotte geen beschermd beroep. Maar iedereen mag dus ook schermen met het prestige dat zo’n titel oproept.

Dat is de val waar de wetenschap al een tijdje geleden is ingevallen. Mensen die voorheen obscure randonderzoekjes uitvoerden van negen tot vijf, gebogen over te oude tafels met niet-arboconforme apparatuur en slechts gadegeslagen door twee a drie collega’s, vinden zichzelf ineens terug in commissies, internationale panels en aan de tafel van Pauw & Witteman.

Imagoschade

En als een thema publiek wordt, gaat de politiek zich er vanzelf tegenaan bemoeien – dat is tenslotte haar taak. Het resultaat is een fatale omarming van politiek en wetenschap waar geen van beide zich uit kan terugtrekken zonder fatale imagoschade. Het beeld zoals dat uit de gelekte e-mails van de East Anglia Climate Research Unit opdoemt is dan ook niet alleen gemotiveerd door zelotisme, maar ook door de praktische behoefte om de eigen tent te redden. Want als iets duidelijk is, is het dat het failliet van de klimaathysterie vooral het failliet van de klimaatwetenschap en haar beoefenaars gaat betekenen.

Maar hetzelfde geldt voor de klimaatsceptici. Want waar de hysterici iets te gretig zijn meegesurfd op politieke golven die ze niet konden beheersen, hebben veel sceptici zich even gretig gecomitteerd aan obscure populistische schreeuwbewegingen. Nederlands meest vocale scepticus Hans Labohm is een mooi voorbeeld. Zelfs als je sympathiek tegenover ‘s mans standpunten staat is het lastig om iemand serieus te nemen die bijna uitsluitend gelijk loopt te hebben op rare zionistische weblogjes en in obsessieve ellenlange posts . En Labohm is zeker niet de enige in het sceptische kamp die aan dat euvel lijdt: het stempel van de lunatic fringe is vaak duidelijk te ontwaren.

Besluiten worden genomen

Zoals ook minister Jacqueline Cramer al op haar geheel eigen, charmante manier heeft aangegeven, is de tijd van argumenteren allang voorbij. Besluiten worden genomen, maatregelen ingevoerd. Het wetenschappelijke establishment zit vast aan conclusies die te keihard zijn getrokken met behulp van inadequate methoden en onvoldoende bewijsmateriaal – maar ook de tegenstanders hebben zich in een hoek gemanoevreerd waarvandaan geen ontsnappen meer mogelijk is. En het valt te betwijfelen of de beslissingsmakers de komende tijd de moed zullen hebben om ooit uit te loopgraven te klimmen. Want aan de overkant wacht een machinegeweer.