Weten & Tech

Geschiedenis is niet van Van Rossem

03-01-2012 11:00

In een opiniestuk op de Volkskrant afgelopen maandag schreef Jouke Turpijn, historicus aan de Universiteit van Amsterdam, zijn frustraties van zich af. Een klein groepje bekende historici (Turpijn spreekt van BH-ers) heeft het historisch debat gekaapt. Hierdoor worden honderden specialisten met hun eigen, nieuwe en interessante verhalen over het verleden niet gehoord. Zij moeten telkenmalen wijken voor de visie van een handvol BH-ers. Zo wordt onze geschiedenis bepaald door de visie van de enkeling en krijgt de gemiddelde Nederlander een eenheidsworst voorgeschoteld. In het ergste geval betreft het de stand van de wetenschap van 1951 verpakt in een vermakelijk Geert Mak televisieserietje. Turpijn heeft daarvan zijn buik goed vol — en terecht.

Turpijn noemt een aantal oorzaken voor deze malheur, maar de belangrijkste daarvan is wel het commerciële belang dat de journalistiek bepaalt. Een bekende kop verkoopt meer advertenties dan een onbekende grootheid. Vorm gaat nu eenmaal voor de inhoud en dus is het logisch dat steeds diezelfde Bekende Historici mogen aantreden. De rest mag hoogstens een duit in het zakje doen op zondagochtend, bij OVT, of op de Belgische radio. Voor het echte werk worden Thomas von der Dunk en Maarten van Rossem van hun bed gelicht.

Youpboek met kerst
Als daarop vanuit het veld kritiek komt, wordt deze door boek- en krantverkopend Nederland gereduceerd tot een generatieconflict, ongeacht leeftijd of merites van de criticaster. Dat bekt namelijk wel lekker: generatieconflict. Woorden als ‘rebellen’ worden daarbij altijd gebruikt, veelal verwijzend naar die wilde en oh zo revolutionaire jaren ’60. Wij weten dat dit beeld nauwelijks in de buurt van de historische werkelijkheid heeft gelegen, maar zo’n generatieconflict verkoopt wel lekker boekjes. Vergelijk het maar met Youp van ‘t Hek: veel poeha, maar uiteindelijk komt het er op aan dat bundeltje columns met de kerst zo vaak mogelijk over de toonder te krijgen. Van echt protesteren wil Youp eigenlijk liever niet weten. Zo ook voor het verleden: boekverkopend Nederland laat kritische ‘andere’ historici ook een beetje meedoen, want dat is goed voor de verkoop van de Maarten en het Historisch Nieuwsblad. Niet om de inhoud van de kritiek te laten horen.

Overigens moeten daarbij de merites van Van Rossem en Von der Dunk niet worden uitgevlakt. Zoals Turpijn terloops opmerkt, heeft Van Rossem zélf steeds het publieke debat opgezocht en is daarmee bekend geworden. Wie heeft niet nog ergens in zijn achterhoofd dat beeld van die onderuitgezakte ‘middenoostendeskundige’ die commentaar gaf bij de Eerste (eigenlijk de tweede) Golfoorlog? Dat was Van Rossem, die daarna nog als duizendeneen verschillende deskundigen heeft mogen aantreden. En ook Von der Dunk is een self-made man die teleurgesteld in academia ‘Eurodunk’ startte en als zelfstandig ondernemer zich naar landelijke bekendheid “kakelde”, om de woorden van Turpijn te gebruiken. Daar moet dan wel bijgezegd worden dat hij de achternaam van zijn beroemde vader wel mee had, wat niets zegt over zijn kwaliteiten, maar wel van invloed is geweest voor de snelheid waarmee hij bekendheid heeft kunnen verwerven.

Vorm
Nee, je kunt het die historici zelf niet kwalijk nemen. En dat vorm voor inhoud gaat weet Turpijn zelf drommels goed. Turpijn is zelf precies zo’n historicus. Een die de aandacht zoekt, die initiatieven ontplooit, die regelmatig in het publieke debat van zich laat horen en een almaar prominenter positie verwerft. Die op het wereld geschiedeniscongres in Amsterdam een podium organiseert voor aanstormend historisch talent, om nou eens niet weer die grijsgedraaide kop van Herman Pleij voor het voetlicht te brengen.

In het Holland History House (een knipoog naar een bekend biermerk) bezorgde hij bezoekers van het congres een live praatprogramma alla DWDD. Muziekje en een drankje op een leuke historische locatie met als showhosts de presentator van het televisieprogramma Andere Tijden en sidekick Turpijn zelf natuurlijk. Een prima initiatief, maar het verhoudt zich toch wat moeizaam met Turpijns eigen aanval op de wijze waarop BH-ers het debat beheersen. Immers, die talkshow appeleert aan precies die vormverslaving die de BH-ers op hun voetstuk houdt.

Verandering
Turpijn vraagt van journalisten om de achterkamers van het gebouw van de geschiedenis ook eens te bezoeken, in plaats van te blijven hangen voor de etalage. Werkelijk prijzenswaardig en zonder enige twijfel zou dat een gezonde ontwikkeling zijn. Journalisten zijn op zoek naar the quick hit, helemaal op internet. Een beetje naam levert al gauw duizenden bezoeken op. Er is wat dat betreft weinig reden om dieper de academia in te duiken. En als journalisten zulks al doen, willen ze eigenlijk alleen een quootje om hun eigen verhaal te bevestigen (en hier). Daar mag best wat aan gebeuren, want er is veel moois en interessants te ontdekken, waarvan Von der Dunk en Pleij geen weet hebben.

Turpijn stelt dat wij historici daarom de deuren van werkkamertjes moeten opengooien. Onze was moeten buitenhangen, zodat iedereen die kan vinden. Een beetje valorisatie een beetje frisheid, zogezegd. Zo stimuleert Turpijn zijn studenten om stukken te leveren voor Dejaap, om geschiedenis voor een breed publiek te schrijven en zo al vroeg uit de krochten van Academia op te stijgen. Een nobel initiatief, maar de vraag is of dat journalisten naar hun bureautje zal lokken. De vorm blijft immers goud waard.

Etalage
Dat ook Turpijn hieraan twijfelt blijkt er wel uit dat hij zelf, (net als ondergetekende trouwens) voor de zekerheid zelf toch maar in de etalage gaat staan. Voor het geval dat. En over een jaar of twintig zal er waarschijnlijk een jonge academicus zijn die vindt dat die uitgekauwde kop van die Turpijn, (en — wie weet — die Jacobs), ook maar eens moesten wijken voor nieuwe gezichten en ideeën. En die heeft dan ook weer gelijk.

Erik Jacobs is zelf historicus aan de Universiteit van Amsterdam en hoopt zich als redactielid van Dejaap naar het raam van de etalage te kunnen worstelen. Koop mij!

CC-foto: Jos van Zelten